Vervolgverhaal: Hoor je mij, het slot

0

Wakker worden was geweldig, een paar seconden. Na die paar seconden drong het tot haar door, hard, genadeloos. Hij was weg.
Ze schoot uit bed, rende haar appartement door. Het was snel gebeurd. Hij was weg en
Sophie had gelijk gehad. ‘Het gaat hem alleen maar om de thrill, snel veroveren en dan wegwezen.’ Het stond nog op haar netvliezen gebrand, zou er wel nooit meer afgaan nu. Wat was ze ongelofelijk dom geweest! Ze had zich laten veroveren…
Het golfde ineens over haar heen, verdriet, overweldigend, Ze zakte op de vloer en snikte, kon het niet meer bevatten allemaal.
‘Roosje ik hou van je, Roosje ik hoor je, Roosje wat ben je mooi.’ Het dreunde allemaal door haar hoofd als een eeuwig doorzeurende mantra. Wat een verspilling van woorden! Waren dat echt allemaal leugens geweest? Prachtige zeldzaam gemene leugens. Waarom wilde hij haar kapot? Want wat was wat er nu aan het gebeuren was, snel en zeker kapot gaan.
Wat nu, wat nu wat nu wat nu? Een duizendmalige vraag en geen enkel antwoord in haar hoofd. Kon ze dat kapotgaan nog tegenhouden? Het moest. Ze kon het niet laten gebeuren, niet nu, niet zo.
Het internet op. Het enige wat ze kon bedenken, wat ze altijd had kunnen bedenken. Wel inktzwarte Tweets maar absoluut geen Facebook, nooit meer. Die valse belofte van geluk wilde ze nooit meer zien. Account verwijderd, alle sporen gewist.
Ze pakte haar telefoon.
Uit?! Batterij leeg, dat was haar echt nog nooit overkomen! Wat een enorme macht had hij over haar uitgeoefend. Haar jarenlange routine was totaal overhoop gegooid door hem. Waarom? Wat was zijn kick? Haar liefde?
Zwakke gedachte, mocht niet meer voorkomen. Geen zwakte meer, geen Simon meer. De tranen veegde ze weg. Vreemd maar ze bleven komen. Oplader, ze moest een oplader vinden. Waar was hij? Ze trok lades in haar keuken open, zocht al haar kasten door en gooide de inhoud van haar tas op de grond. Geen oplader. En de tranen bleven maar komen.
Ineens wist ze het, zag het helder voor zich. Ze had hem laten liggen op haar bureau, op het werk.
Dat was het dan. Die ging ze niet halen. Die totale afgang gunde ze hem niet. Er moest een andere komen. Uit de winkel, alleen de gedachte maakte haar al misselijk maar ze had geen keus. Het was de enige manier om er snel een te kopen, en ze moest die telefoon aankrijgen. Het moest gewoon.
De bel ging. Doorbroken gedachten.

Simon bekeek zijn telefoon en begreep het niet. ‘Roosje wat is er?’ Hij had haar al vanaf die ochtend vroeg berichtjes achtergelaten, ze werden niet gelezen en ze gaf geen reactie. Haar telefoon stond uit. Hij was het haar vergeten te zeggen, van zijn vroege afspraak die ochtend en de drukke volle dag. Ze sliep nog toen hij al weg moest en hij had haar niet willen wakker maken, het was een lange nacht geweest.
Liefste Roosje, ze communiceerden al zo lang via hun telefoons, zijn berichtje dat hij van haar hield was een feest om in te typen en eindelijk te kunnen versturen. Ze had hem zo blij gemaakt, opgelucht ook dat ze hem eindelijk had toegelaten. Maar nu werd hij steeds bezorgder. Ze was niet op het werk, ze nam niet op, niets.
Hij besloot iets te doen wat hij nog nooit had gedaan: hij cancelde al zijn afspraken, ging terug naar haar, stond voor haar deur met het zweet in zijn handen.
Het was helemaal mis, hij zag het direct al toen ze open deed. Grote angstogen, inwit gezicht, tranen. ‘Roosje!’ zei hij geschokt, wilde haar vasthouden. Maar ze hield haar armen voor haar lichaam als afweer, duwde hem van zich af met ogen die ineens fonkelden van boosheid. ‘Neee!’ Het kwam er zo boos uit. Wat was er in vredesnaam gebeurd?!
Hij liet haar los, gaf haar ruimte. ‘Wil je me vertellen wat er aan de hand is? Ik begrijp er helemaal niets van… Waar is je telefoon Roos? … Roos?’ Ze draaide zich om, ging de trap op naar boven. Hij sloot de deur en volgde haar. Wat was dit toch allemaal?
Boven aan de trap was ze er al weer, telefoon in haar hand. Hij zag het probleem, het ding was uit, batterij leeg. ‘Dus je heb geen van mijn berichten gekregen?’
Ze schudde haar hoofd. Nee. Huilde. Wat een paniek. Hij zuchtte, begreep het nu allemaal. Wat was ze nog steeds afhankelijk van die rottelefoon. ‘Oh lieverd, wat dacht je? Dat ik niet meer terug zou komen?’
Ze knikte, ja.
‘Maar waarom dan? Heb ik je ooit aanleiding gegeven om dat te denken?’
‘Nee.’ Haar handen gingen verder met praten. Ineens was de connectie er, kon ze haar gedachten omzetten in gebaren. Hij zou er blij van worden als het allemaal niet zo triest was. Wie had dit in godsnaam veroorzaakt? ‘Sophie,’ zag hij. ‘Ik heb contact gehad met Sophie via Facebook. Zij zei dat je altijd weggaat na je overwinning, dat je nooit bleef.’
‘Oh verdomme, kutwijf!’ Ze schrok van zijn gevloek, haar handen gingen weer beschermend omhoog. Hij pakte die handen, wilde dat het tot haar doordrong. ‘Luister Roos, waarom denk je dat ik toen wegging? Sophie is een berekenend kutwijf dat via de bedden van jan en alleman carrière wil maken en daar werk ik niet aan mee. Ik hou van jou en ik ben er, ik ben niet weg en ik ga niet weg. Stop je telefoon in de oplader er kijk naar mijn berichten alsjeblieft.’
Ze trok haar handen los, antwoordde. ‘Oplader ligt op kantoor.’
‘Dan gaan we nu naar kantoor.’ Hij pakte vastberaden haar jas van de kapstok, hield hem voor haar op, ze moest mee. Alles wat hij zei zou niets uitmaken, ze moest het lezen, de realiteit kwam voor haar van het internet. Ze moest het zwart op wit voor zich zien dan zou ze het pas geloven.

Ze was bang. Overweldigende man. Bang van hem, bang van zichzelf. Hij reed veel te snel en zwijgend de paar kilometer naar het werk, stopte de auto direct voor de deur tussen de niet-parkerenpaaltjes in. Dit was geen parkeren, dit was neersmijten snelle jongen. Hij liet zijn portier wijd openstaan bij het uitstappen, veroorzaakte een alarmerend gepiep in de auto, en liep met een paar grote haastige stappen om het ding heen. Zijn uitgestoken hand eiste haar uit te stappen, mee te lopen naar binnen.
‘Over 10 minuten allemaal in mijn kantoor!’ Hij commandeerde het iedereen die ze tegenkwamen op hun weg naar binnen. Snelle jongen had geen tijd meer te verliezen. Recht op zijn doel af. Maar welk doel?
‘Oplader erin!’
Simon ik heb geen adem meer! Trillende handen. Ja pak hem maar over, ik kan het niet zo.
Telefoon aan, hij gaf hem terug. Piep, alle berichten komen binnen. ‘Liefste Roosje ik hou van je!!! Ik heb zo meteen al een afspraak, ik baal!! Moet nu weg maar zie je zo.’ ‘Roos ik wil bij je zijn!’ ‘Ik wil deze kutafspraak helemaal niet, wat een gezeik zeg!’ ‘Tijdverspilling, wil alleen nog maar jou!’ Nog steeds ademloos… verder: ‘Roos, waar ben je?’ ‘Waarom lees je niets?’ ‘Telefoon uit? Roos ik ben bezorgd! Ik kom naar je toe…’ Ze sloot haar ogen, ontspanning, ongelofelijk!
‘…Ik ben er nu,’ hoorde ze hem zeggen.
Ze opende haar ogen weer. ‘Je bent er nu,’ zei haar stem, zonder aarzeling.
Hij glimlachte, fluwelen aaibare ogen waren er weer. Hij pakte haar hand. ‘En nu naar mijn kantoor!’

Iedereen was er. Verwachtingsvol geroezemoes, de baas had een belangrijke mededeling. Simon glimlachte, het belangrijkste ooit!
‘Fijn dat jullie er allemaal zijn. Roos en ik hebben iets te vertellen.’ Hij keek haar aan, hoopte dat ze met deze snelle actie instemde. Daar hoefde hij niet bang voor te zijn. Ze knikte bevestigend, glimlachte. Lief. Gelukkig.
‘Roos en ik houden van elkaar en zijn vanaf nu bij elkaar… ik wil daar open over zijn om geleuter te voorkomen en ik wil niet stiekem hoeven te rotzooien hier.’
‘Echt niet? Jammer zeg! Ik hou wel van stiekem rotzooien hoor!’ Dat was Roos, haar stem klonk luid en duidelijk over al het geroezemoes heeft.
Iedereen schoot in de lach en Roos strekte haar armen naar hem uit. Hij glimlachte, gaf haar de kus die hij al de hele ochtend had willen geven. Geweldige Roos, dit is nog maar het begin!

Vind jij deze site ook de moeite waard?

Klik dan op deze link naar PayPal.com om een contributie te doen.

Waarvoor onze dank!

Leave A Reply

%d bloggers liken dit: