Vervolgverhaal: Hoor je mij, deel 5

0

De eerste dag dat Simon een lunchafspraak buiten de deur had en hij dus niet met haar gebarentaal kon oefenen was ze teleurgesteld. En daar waren geen gebaren voor nodig om dat duidelijk te maken, haar expressieve gezicht zei genoeg. Hier was een oplossing nodig. Roos mocht niet teleurgesteld worden.
‘Weet je wat? Ik heb vanavond tijd. Als jij nu voor wat eten zorgt, dan kom ik bij je langs om te oefenen. Is dat goed?’  Hij maakte tijd, voor Roos altijd. En wat een geweldig excuus om bij haar langs te komen! Hij was benieuwd naar nog meer Roos, de echte Roos, Roos thuis op haar eigen bank.
‘Ik ben een kok van niks hoor,’ las hij. Gebrek aan routine in gebaren deed haar nog steeds terugvallen op die telefoon als er een snel antwoord nodig was.
Hij grinnikte. ‘Maakt niet uit joh, ik ben grootaandeelhouder bij de afhaalchinees en de pizzabezorgdienst op dit moment, alles is een vooruitgang, echt.’
‘Oké,’ zei ze, ze glimlachte ook. Haar stem weer eens, wat lief om te horen, dacht hij.

 

Hij was er stipt op de afgesproken tijd. Hij kon ook niet langer wegblijven ook al zou dit misschien een te gretige indruk geven. Hij voelde het op het moment dat hij voor haar deur stond en aanbelde. Zenuwen, bizar, dat was lang geleden!
Hij wilde gewoon bij haar zijn, zo lang mogelijk. Want Roosje was betoverend. Haar blauwe ogen, haar expressie, haar manier van communiceren, hij kon er geen genoeg van krijgen. Hij had nooit verwacht dat het zo ver zou komen, dat hij elke minuut van de dag aan een vrouw zou denken, alleen maar in haar buurt wilde zijn. Het was hem nog nooit overkomen. Hij had er inderdaad nooit tijd voor gehad, tijd voor gemaakt ook, gefocust als hij was geweest op zijn doelen. En nu was hij alleen nog maar gefocust op een ding: op haar, Roosje.
Ze deed de deur open met die prachtige glimlach en hij wist meteen waar die fascinatie vandaan kwam. Mooie bijzondere vrouw, ik wil weten wat er in jouw hoofd zit.
‘Ha,’ zei hij, ‘ben ik nog op tijd of is het eten al aangebrand?’
‘… Zwartgeblakerd,’ ze zei het zelf, hij hoorde haar grinniken. Ze was ook blij dat hij er was. Geruststellend.
Haar woonkamer was adembenemend.
Grote zwart wit foto’s overal aan de muren. Hij bleef staan in het midden van de kamer, had even tijd nodig om het op zich in te laten werken. Wat overweldigend.
‘Ga je niet zitten?’ Haar telefoonbericht bracht hem terug.
‘Ja… ja, ik ga zitten Roos, wat een bijzondere foto’s.’ Gedateerd waren deze ook, net zoals haar You Tube foto’s. Sommige waren oorlogstaferelen, harde rauwe werkelijkheid van lang geleden. Wat vreemd om die aan een muur te hangen in een ruimte waar je elke dag was, waar je er elke dag opnieuw mee geconfronteerd werd.
‘… Mijn vader,’ zei ze. Het klonk zacht, aarzelend.
‘Mijn vader heeft ze gemaakt, het was zijn beroep, hij was persfotograaf,’ las hij op zijn telefoon.
‘Hij is dood,’ ze zei het weer zelf, geen aarzeling meer te horen. Jezus! Was dat het? Hij schrok er van.
Ze ging door, wilde shockeren dat was duidelijk: ‘Doodgeschoten in Nicaragua toen ik 4 was, pieuw, nekschot,’ ze ratelde het er in een keer uit, zoveel woorden had ze nog nooit achter elkaar gezegd.
‘Oh Roos, ik weet even niet wat ik moet zeggen.’ Hij moest zichzelf gewoon dwingen te reageren, was er stil van eigenlijk.
Ze glimlachte, verrassend genoeg. ‘Nee, dat heb ik mijn hele leven al niet geweten haha, kom, het eten brandt nu echt aan,’ zei zijn telefoon.

 

Het was te beladen. Jammer. Ze had zich er onbewust toch weer op verheugd. Eindelijk weer een snelle jongen in haar huis. Ze had ze eerder geprobeerd. Mooi genoeg was ze wel, dat wist ze. Ze kwamen wel, aangetrokken als vliegen op de stroop, maar ze konden niet tegen de stilte, geen van allen. Ze waren allemaal weer gegaan.
Freakshow van een dode vader en een zwijgende dochter. Ze nam het ze niet kwalijk. En hier was er weer een. Hij zat voor haar en at zwijgend zijn avondeten op, wist zich eigenlijk geen houding te geven. Nogmaals jammer. Ze had toch gehoopt dat hij anders zou zijn…
‘Roos ik heb echt bewondering voor je,’ hij doorbrak ineens de stilte. Shock.
Dat hoorde niet in het patroon! Het patroon zou nu zijn: rotsmoezen verzinnen en zo snel mogelijk zorgen dat je wegkomt. Lul, waarom hou je je niet aan het patroon?! Verwarrend. Boosheid.
‘Waarom word je boos als ik dat zeg?’
‘Ik word niet boos,’ las hij haar bericht. ‘Ik zie het aan je Roos.’
Oww, die had ze niet verwacht.
‘Ik vroeg me af wanneer je weg zou gaan.’ Zijn telefoon was onverbiddelijk in de weergave van haar vragen.
‘Wil je dat ik wegga?’ Zijn vraag ook.
Ze schudde haar hoofd, nee, dat wilde ze helemaal niet.
‘Wat wil je dan wel Roos?’
Vragen vragen. ‘Weet ik veel… dat de wereld opengaat?’
Hij glimlachte om dat antwoord. ‘De wereld gaat open, dat beloof ik je.’
Hoe kun jij dat nu beloven eikel?
‘Waarom vind je mij een eikel?’
Ze schrok, dat had ze niet gezegd, alleen gedacht. Ze keek op haar telefoon, nee niet gezegd. Hoe kon hij dat weten? Het leek wel of hij echt haar gedachten kon lezen.
‘Vind je me dom?’ ging hij verder. ‘Of vind je mannen überhaupt dom?’
‘Wie heeft gezegd dat ik je dom vind?’
Hij glimlachte om die vraag. ‘Jij, met je ogen, vaak genoeg. Jij wil denk ik niet weten hoe uit de hoogte jij op mensen neer kunt kijken. En dat mag ook. Ik denk namelijk dat je gelijk hebt, dat ik een stuk dommer ben dan jij, dat heel veel mensen een stuk dommer zijn dan jij.’
Verbazend. Hij begreep het. Zomaar. Ze moest er van lachen, wat een onverwachte zelfspot. ‘Maak je zelf ook foto’s Roos?’ Die vraag was nog meer onverwacht. Waarom wilde hij dat weten? Kastanjebruine ogen waren zacht, als fluweel. Aaibaar.
Ze wilde het hem ineens laten zien. Dat wat ze met niemand deelde. Alleen enkelen werden gedeeld maar niet alles. Niet met iedereen. ‘Kom.’ Ze nam hem mee naar haar donkere kamer.

 

Een donkere kamer. Simon voelde weer iets van de betovering die hij als kind had gevoeld, de spanning als een foto langzaam zijn ware gedaante begon te vertonen. De hoop dat datgene wat je gezien had ook daadwerkelijk weergegeven zou worden. Of juist de verrassing: iets was vele malen mooier en beter als je verwacht had. Ze hadden thuis ook een donkere kamer gehad, zijn vaders grote hobby. Hij had er uren in doorgebracht, exclusieve tijd met zijn vader. Jort was zijn broer en hij hield van hem, maar Jort met zijn handicap was altijd degene geweest die veel tijd van zijn ouders had gevraagd. De donkere kamer had alles goedgemaakt voor Simon, was van hem en zijn vader samen geweest.
Hij keek om zich heen in de schemer, zag overal bekende foto’s, facebookfoto’s en meer, veel meer. Een lawine aan beelden tegen de wanden en drogend aan de lijn, de een nog beter dan de ander. Adembenemend.
‘Roos dit is geweldig, je hebt echt talent, wat mooi!’
Niets, geen reactie. Hij voelde ineens haar hand. ‘Kom.’ Hij werd weer naar buiten getrokken mee terug de woonkamer in. Ze opende een kast, haalde er een camera uit. Ouderwetse professionele spiegelreflexcamera. ‘Van mijn… vader.’
‘Maak je hier al die foto’s mee, met je vaders camera?’
Ze knikte, keek hem aan. Breekbaar, vond hij haar, weerloos, geen woede meer om zichzelf te verdedigen. Ze liet hem zichzelf zien, wat ontzettend bijzonder. Wat een breekbaar moment ook. Hij moest nu niets verkeerds zeggen, dat besefte hij.
‘Dan is het net alsof je met je vaders ogen naar de wereld kijkt,’ zei hij.
Die was raak. Misschien zelfs te veel. Ze hield haar vrije hand voor haar mond, hij zag de tranen plotseling over haar wangen stromen. ‘Oh Roosje,’ zei hij zacht, hij had zo’n medelijden met haar. Hij pakte voorzichtig de camera van haar over, legde hem terug op zijn plek, sloeg zijn armen om haar heen en liet haar huilen.

 

Huilen huilen huilen, wat veel allemaal. Wat bizar dat ze dit allemaal zomaar aan hem had laten zien. En nu was alle energie weg, kon ze alleen maar tegen hem aanleunen, zich laten troosten. Dit was nooit de bedoeling geweest. Maar toch onvermijdelijk. Ze besefte het.
Hij moest nog meer zien, ze wilde het gewoon, het leek wel alsof er een grote muur was afgebroken en er een weg vrij was gekomen naar buiten. Zou de wereld nu echt opengaan?
Ze pakte een Cd rom die ze gebrand had van haar werk, hij moest het allemaal zien nu. Ze zette hem op de bank en deed de Tv aan. ‘Sorry voor mijn ouwe Tv, mijn laptop is er een paar maanden geleden mee opgehouden en ik had geen geld om een nieuwe te kopen.’
‘Daar hoef je je toch niet voor te verontschuldigen?’ Duizelingwekkende glimlach!
Ze startte de cd en liet hem zelf kijken, zelf oordelen. Ze had er niets aan toe te voegen, wilde dat ook niet. Ze was eigenlijk alleen maar benieuwd naar wat hij dacht, van haar foto’s, van haar.
Hij bekeek ze allemaal, stuk voor stuk met de grootste aandacht. Stelde soms vragen en gaf soms zijn mening. Alles oprecht, gemeend. Ze was blij dat ze dit deed, dat ze dit kon delen met hem. Toen de laatste foto kwam zei ze dit ook. Hij keek op zijn telefoon en glimlachte ervan. ‘Ik ben ook blij dat je dit gedeeld hebt Roosje, ik vind het heel moedig van je,’ antwoordde hij. Hij sloeg zijn arm om haar heen, liet haar tegen zich aan leunen. Geen eisen, gewoon contact, hoe bijzonder.
Ze voelde hem ontspannen, keek op, hij was in slaap gevallen. Snelle jongen had zijn rustplekje gevonden. Die gedachte bracht vertedering mee. Nieuwe ervaring.
Ze haalde voorzichtig zijn bril van zijn neus, duwde hem slapend opzij zodat hij kon gaan liggen en tilde zijn benen op de bank. Ze deed zijn schoenen uit, haalde een dekbed uit de kast en dekte hem toe, kuste zacht zijn voorhoofd. Slaap maar snelle jongen.

Vind jij deze site ook de moeite waard?

Klik dan op deze link naar PayPal.com om een contributie te doen.

Waarvoor onze dank!

Leave A Reply

%d bloggers liken dit: