Scheef bloed brengt nare dromen

0

Rare stekelige dingen, die zò door je kussensloop heen in je botte schedel prikken als je slaapt. Of dat althans probeert. Want deze oude hengsten laten je niet met rust. Ze stampen met hun verrotte messcherp afgesleten hoeven je genadeloos slapeloze hersens tot een grijs-rood klef-bloederig pulpje. Ga maar lekker slapen, lieve schat. Er zijn vannacht geen monsters.

 

Ik bedoel, dat is toch best aardig. Voor iets dat ik me zomaar in liet vallen. Zo, uit het niets. Die titel vooral. ‘Scheef bloed brengt nare dromen.’ Ik heb werkelijk geen flauw idee wat het betekent. Of dat het überhaupt iets betekent. Of waarom het me inviel. Maar me invallen deed het. En hard. En de rest, ja, dat volgt dan zo’n beetje vanzelf, zeg maar. Als je me zou kunnen zien schrijven zou je me hier zien zitten met mijn draadloos toetsenbordje op mijn schoot en de tv als groot verlicht scherm, en steeds als me dan zo’n zin invalt gebeurd eigenlijk hetzelfde: ik zie mezelf verbaasd opkijken, zo van: huh? Wat nu weer? Scheef bloed brengt nare dromen? Jazeker. Laten wij dat eens noteren. Misschien volgt er wel iets leuks uit. En, zoals men in Frans sprekende regionen nog wel eens placht uit te roepen: voilá.

 

Rare stekelige dingen, die zò door je kussensloop heen in je botte schedel prikken als je slaapt, en dan je dromen doorrijgen met hun gruwelijke angels, ze scheuren tergend langzaam je slijmerig gillende geest onverbiddelijk uit elkaar. Nachtmerrie-achtige visioenen van moord en dood vlees, rauw zwart bloed en witte beenderen en botten, dode lege oogkassen en ratten en maaien! Welkom, welkom in de pisbak van Satan!

 

Kijk, dat is dan weer overdreven. Elk enigszins helder denkend mens, voor zover onder mijn lezers dan ook nog aanwezig, schiet hierbij in de lach. Ik was best goed bezig, zo met moord en rottend en zo, maar ‘pisbak van Satan’, dat is dan net weer een trapje te ver. Ach ja. Ook als ik uw edele delen zou verbinden met een krachtig elektriciteitsnetwerk en u dan allerlei links georiënteerde vragen ging stellen, gelooft u mij, waarde heer, als ik u zeg: dat waren nog eens een stel koninklijk geroosterde noten. Wat ik u brom. Van dat laatste ben ik dan weer niet helemaal zeker. Wat ik u brom? Dat lees je alleen nog in oude jeugdverhalen. Agent Bromsnor plakt dat als zogenaamd wijs maar al met al helemaal niks zeggend statement achter elk vanachter zijn harige walrussnor uitgesproken vermaning tot die heibelse opstandige dorpsjeugd. Of hun ouders. Fuck it. Die oude romantische bagger is van voor deze tijd, man. Zoek een hobby. Rare ouwe vent. Tijd dat je sterft.

 

De jonge en fruitig dartele verpleegster van een jaar of eenentwintig vond hem de volgende ochtend. Ze maakte de deur van de toch al altijd wat muf ruikende slaapkamer 19 van het bejaardenhuis open en liep zonder iets te zien met haar licht doorschijnend witte uniformpje naar de gordijnen en trok die open om duizend bundels hard en geel zonlicht binnen te laten vallen op het scenario achter haar.

“Goedemòrgen, meneer Mandemeule…” begon zij koket te krioelen, draaide zich om en zag wat ze zag: metershoge grijsgroene stekels die dwars door de rotte dooie kop van meneer Mandemeulers staken en zijn oude uitgeteerde graatmagere lijf bijna een meter hoog boven het bezeken bed hadden vastgepind. Met haar bek wijd open gezakt zakte het lekkere ding van een verpleegstertje ietwat kwijlend op het zachte tapijt in elkaar. Het kwam nooit meer goed met haar.

 

Nee. Helaas niet. Ze moesten haar wel opsluiten. Ze begon haar eigen uitwerpselen te eten, snap je. Zoiets wil je niet op je feestje. Ik tenminste niet. Dag.

 

🙂

 

Afbeelding: Carlyn1982 / Pixabay

Vind jij deze site ook de moeite waard?

Klik dan op deze link naar PayPal.com om een contributie te doen.

Waarvoor onze dank!

Leave A Reply

%d bloggers liken dit: