Klein kind

0

Zaterdagochtend en ik hartstikke katterig, zo niet brak. Gordijnen nog dicht en de regen geruststellend kletterend tegen de ramen. Ik sta mijn kleren bij elkaar te zoeken, vis een sok onder het bed vandaan en bedenk dat het maar gelukkig is dat ik niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor de stofnesten aldaar. Want zo’n relatie is het niet. Zou ik wel willen maar de man in dat bed weigert de dingen een naam te geven. Daar kan ik slecht tegen maar af en toe ook weer wel en vannacht was zo’n nacht. Vannacht was goed.

Ik richt mezelf krakkemikkig op onderwijl onduidelijk mompelend en misschien de klemtoon verkeerd leggend: ‘Ik wil een kleinkind.’ Man in kwestie heeft me vreemdere dingen horen benoemen vannacht en schrikt niet eens al te erg. Ik wil namelijk dus voornoemde relatie, een grote tafel met daaraan zijn en mijn kinderen kaasfondue etend. Ik wil dat zijn telefoon ’s nachts niet overgaat met weer een appje van een andere vrouw. Ik wil hem kunnen bellen zonder dat ik bang ben voor zijn gemoedstoestand. Ik wil niet dat hij me zijn zielsverwant noemt want dat vind ik geneuzel. Ik wil zelfs niet dat hij: ‘Ik hou van jou’ zegt. Zijn hart is namelijk veel te groot. Ik wil gewoon onbegrensd vertrouwen en eindelijk weer eens het gevoel vanzelfsprekend bij iemand te horen.

Zijn ogen kijken me lodderig aan terwijl hij zegt: ‘Ik ben gesteriliseerd meisje.’ Ik ben eigenlijk al kwijt wat ik nou precies zei en probeer mijn beha niet achterstevoren dicht te maken en dan om te draaien maar gewoon zoals je dat ziet op films. Moeilijk want ik heb het in mijn rug. ‘Wat bedoel je nou weer? Hoezo gesteriliseerd?’, zeg ik dus. Dan beseffen we allebei de absurditeit van de situatie en krijgen de slappe lach. Die hebben we heel vaak samen en we huilen ook en we dansen en praten en doen andere fijne dingen dus ik moet niet zeuren.

‘Dat ik een kleinkind wil. Zo eentje waar je spinaziepapjes voor maakt in de blender en dat je dan niet wanhopig en misselijk wordt als alles er weer wordt uitgespuugd. Dat je midden in de nacht wordt gebeld door de verwekker van dat kleinkind en dat je dan weet dat je goede raad kunt geven. Dat je probeert zo’n kleinkind pappa of mamma te leren zeggen maar hoopt dat opa of oma makkelijker bekt.’

We gaan helemaal op in de gedachte. Hij ook en hij is kunstenaar en creatief en zo en dit is niet echt een kunstprojectje. Überhaupt niet iets waar wij de hand in hebben. Maar als ik in mijn auto stap en naar huis rijd heb ik toch het idee dat wat er ook gebeurt en hoe vaak we elkaar weer mis zullen verstaan, er een avond zal komen dat die tafel met al die mensen en die kaasfondue er komt. En het spinaziepapje ook. Niet elke avond. Maar wel een keer.

Ingeborg Baumann

Vind jij deze site ook de moeite waard?

Klik dan op deze link naar PayPal.com om een contributie te doen.

Waarvoor onze dank!

Leave A Reply

%d bloggers liken dit: