Het stigma “Hoer” en de actualiteit van prostitutie.

0

Alweer een tijdje terug schreef ik onderstaand stuk, en liet het liggen. Enerzijds moet het begrip actueel in de titel met een korrel zout genomen worden; het artikel in NRC is dat lang niet meer, laat staan de uitzending van P&W, en de column naar aanleiding daarvan door Paul Witteman. Anderzijds.Ligt het aan mij dat ik er zoveel actualiteit in terugvind? Deze week -donderdag- werd een initiatiefvoorstel van CU/PvdA/SP aan de 2e Kamer gepresenteerd. Het omvat het voorstel klanten strafbaar te stellen die diensten betrekken van sekswerkers, waarbij ze” het vermoeden” moeten hebben te maken te hebben met mensenhandel……. Een mond vol, maar zo ligt het een beetje. In Finland is exact dezelfde maatregel tot wet verheven, zonder beduidend beoogd succes. Hoewel rapport dat succes van het Scandinavisch experiment claimt discutabel is gebleken, en vooral gebaseerd lijkt te zijn op de wens als vader van de gedachte, blijft de hardnekkige behoefte symbolische ineffectieve maatregelen te proberen die stigmatiserende effecten hebben voor alle sekswerkers.

Iets over het stigma “Hoer” en de actualiteit van prostitutie.

Een aantal weken terug- we schrijven 1e helft 2014- verscheen in NRC een prachtig geschreven artikel over Gertjan Segers, met als kop een pakkende uitspraak van hem “de Happy Hooker bestaat niet”
Aan de hand van de kop laat de inhoud zich raden: Prostitutie is kommer en kwel. Criminalisering van klanten zou een probate oplossing zijn, om in een hernieuwde poging, zoals door alle eeuwen ondernomen, het kwaad de wereld uit te helpen. Er is een missie. Onmiskenbaar.

Het is altijd weer intrigerend als gemiddeld relatief gelukkige sekswerker mijn bestaan betwist te lezen. Overigens rijst bij mij steeds weer de vraag wat met de hypekreet “Happy Hooker” -ooit de titel van een boek, nu veel in zwang bij politici en andere deskundigen die over ons willen oordelen- precies bedoeld wordt. Zoiets als “de zingende huisvrouw”? Of “de jodelende dakdekker”?
Zij is niet in beeld, dus zij bestaat niet; wie of wat we ons ook voor moeten stellen bij een “Happy Hooker”. Tegenover de in de media overwegend gepresenteerde ellende van zichtbare slechte arbeidsomstandigheden, het ongeluk van armoede van arbeidsmigranten en het gekozen overlevings-alternatief van raamprostitutie; met daarin de “gedwongen hoer”. In schril contrast met het dogma van geluk waar we met z’n allen naar willen kijken. Als bewijs van dat de uitoefening van dit beroep een bedenkelijke aangelegenheid is, per definitie.

Alweer ruim een jaar geleden verscheen in de VPRO-gids een column van Paul Witteman. Naar aanleiding van het aanzitten van Illonka Stakelborough, ex-sekswerker en directeur van Geisha- belangenbehartiging voor sekswerkers- bij een uitzending van P&W met als gespreksonderwerp het bezoek van Segers en Hilkens aan Zweden. Een bezoek bedoeld om de gewenst positieve effecten van criminalisering van prostituanten- wettelijk gerealiseerd daar, d.w.z. die criminalisering- van dichtbij te kunnen bekijken. Zo’n omzichtig verbod op prostitutie lijkt een Walhalla voor beiden, die prostitutie verfoeien als uiting van gender-ongelijkheid, geweld aan het adres van dé vrouw, een misinterpretatie van het ideale seksuele contact, een ziekte van de samenleving, intrinsieke dwang.

In de column betreurde Witteman dat bij dit soort gelegenheden alleen “oude hoeren” aanspreekbaar te vinden zijn. Ik weet niet of hij doelde op de leeftijd van de subjecten, of op hun al dan niet actieve staat; nog aan het werk, of niet meer. Waarop gedoeld ook, een opmerkelijke uitspraak was het! En voor een sekswerker een tikkeltje treurige, ook.

Nou wil het dat openbare, dus niet gecamoufleerde presentatie in de media, waarvan televisie de ergste soort is, voor een “jonge hoer” het risico van sanctie, de straf van sociaal-maatschappelijke uitsluiting voor het leven, als erg waarschijnlijke en onverbiddelijke consequentie heeft. Een van de dingen die daarbij horen is het niet meer kunnen vinden van aantrekkelijke arbeidsperspectieven. En dat is er dan maar eentje. Een zucht naar nieuwsgaring zal niet voldoende zijn om “jonge hoeren” uit de tent te lokken. Met daarbij de vraag wat zo’n driest optreden oplevert in het gevecht tegen de tijdgeest, die graag alle prostitutie terugwijst naar de marge van de samenleving. Zij presenteert zich niet, ze is niet in beeld, dus bestaat ze niet. Die sekswerker die van zich laat horen wanneer de beweringen over haar werk, haar klant, haarzelf te boud worden, wordt gemakshalve weggezet als de curieuze enkeling. In haar eentje met te weinig om het op poten zetten van behoorlijke arbeidsorganisatie in deze door de eeuwen vergeten sector van overheidswege te stimuleren, of het vinden van een veilige plek in de samenleving te ondersteunen. Zodat ook zij zich kan verzekeren tegen calamiteiten, een bankrekening kan krijgen, aan kan kloppen bij een woningbouwvereniging en de rest. Haar leven normaal kan organiseren zonder omwegen, ondanks dat de kern van haar beroepsactiviteit seksuele dienstverlening is. Moreel laakbaar, in ogen van velen; dus laat je ze verkommeren, dood vallen? Omdat ze anders denken?

Tijdens de uitzending van P&W werd aan Illonka de vraag gesteld of zij er zeker van was dat de sekswerkers waarmee ze via haar organisatie in aanraking kwam niet gedwongen werkten. Of zij daar heus wel heel zeker van was. Toen, ruim een jaar geleden, werden uitgedragen spookcijfers van 50 tot 90% gedwongen werkers van de totale populatie van sekswerkers, nog klakkeloos aangenomen Door geen gedegen onderzoek onderbouwd, maar och…. Wie kan zich nou voorstellen dat een vrouw zich kan vinden in het verlenen van seksuele diensten? Dus!
Dat, gecombineerd met een vooralsnog machteloosheid in effectieve misdaadbestrijding- verklaart mogelijk de toen prangend gestelde vraag.

Bij het luisteren naar die vraag, dacht ik “meneer Witteman, hoe zeker zijn wij ervan dat u niet door uw vrouw naar uw werk bent geslagen, om brood op de plank te verdienen, en liefst nog een beetje meer?”   Gedwongen werk staat niet op het voorhoofd geschreven. Niet bij de gedwongen sekswerker. Ook niet bij de uitgebuite of gedwongen werker in de bouw, de tuinderij, de textielindustrie, het transport, de huishouding. Nu en dan is er schrijnend bericht uit de wereld van wat “overige” mensenhandel wordt genoemd, we weten dus dat deze mensen er zijn. Toch is meen ik nooit een vergelijkbare vraag aan een vertegenwoordiger van de FNV of de CNV gesteld. Toch wordt niet iedere bouwvakker, werker in die tuinderij, in die textielindustrie, in die huishouding, in dat transport, vanzelfsprekend met wantrouwen bekeken. Wordt niet overwogen consumenten die mogelijk “besmette” producten afnemen te criminaliseren. En wordt er niet steeds een pleidooi aangeheven deze sectoren vanwege het voorkomen van misstanden verder te miniseren, of te elimineren. Is dat omdat “overige” mensenhandel een ondergeschikte categorie is? Minder erg?

Tussen de uitzending van P&W, en het artikel over Gertjan Segers in NRC zijn er voor mij een aantal opmerkelijke momenten gepasseerd. Er was……..

Ik was bij het congres “een andere kijk op prostitutie” georganiseerd door o.m. de CU, de PvdA en Fier Frieslan. Daar werd een beeld geschetst van wat prostitutie, en van wie de sekswerker zou zijn, dat geen enkel raakvlak meer vertoonde met de door een gemiddelde sekswerker in haar praktijk ervaren nuchtere, vriendelijke werkelijkheid van haar werk, haar klant, van wie of wat zij zelf zou kunnen zijn. Een eendimensionaal verschrikkelijk beeld vanuit de perceptie van de ernstige misdaad van het ondergeschikt maken van de ene mens door de andere. Hier synoniem met alle prostitutie, én de inhoud van seksuele dienstverlening. Ik heb als sekswerker in de loop van mijn carrière gedwongen werk en de manipulatie die daarmee gepaard gaat van heel dichtbij gezien. Zoiets wens je niemand. Ik ken de ernst van de zaak, zoals ik de merites ken van gezonde seksuele dienstverlening. En zo ken ik de noodzaak strikt onderscheid te maken, al is het maar om het feitelijke probleem aan de oppervlakte te brengen en te houden.

Zou een dergelijke voorstelling van zaken een effectieve bestrijding van de ernstige misdaad die mensenhandel is dichterbij brengen? En, zou het diegene die gekozen heeft voor dit vak helpen een arbeidspositie en rechtspositie te bevechten, die vergelijkbaar is met die van werkers in andere sectoren in deze beschaafde samenleving? Waarschijnlijk is dát niet het speerpunt van abolitionisten. Toch stel ik de vraag maar even. Omdat nogal eens vergeten wordt hoeveel rottigheid er aan de hand is doordat sinds het schrappen van het bordeelverbod de sector vooral is gereguleerd en geminiseerd met als instrument het hanteren van maxima, en niet in de eerste plaats is geëmancipeerd op grond van beschaafde, sociale criteria. De sector is ondergeschikt gemaakt aan misdaadbestrijding, en dat is niet voldoende geweest om recht voor mensen te garanderen. Het heeft de sekswerker tot ding, tot bijproduct gemaakt. Maar waarom recht garanderen, voor wie? We zien niemand? De Happy Hooker bestaat niet, toch?

Roos Schippers, escort

Deelnemer Swexpertise 21, Platform positieverbetering sekswerkers, lid ICRSE

Vind jij deze site ook de moeite waard?

Klik dan op deze link naar PayPal.com om een contributie te doen.

Waarvoor onze dank!

Leave A Reply

%d bloggers liken dit: